Werkgroep Sint-Pieters-Buiten

De verkiezingsdag van zondag 14 oktober komt snel dichterbij. Wat hebben de verschillende politieke partijen in petto voor onze buurt? We dachten alvast na over wat wij belangrijk vinden en vatten het samen in een discussietekst.

Nu willen we weten wat onze politici daarover denken en daarom organiseerden we samen met onze buren van Buitensporig weer een wijkverkiezingsdebat. Het panel zal bestaan uit: Astrid De Bruycker (SP.A), Tom De Meester (PvdA), Isabelle Heyndrickx (CD&V), Tine Heyse (Groen), Christophe Peeters (Open VLD) en Ronny Rysermans (N-VA). Het debat wordt gemodereerd door Els Van Heuverzwyn (Radio2).

We vroegen de panelleden alvast om feedback op onze discussietekst.

 

 

 

 

De reacties per vraag kan je hieronder lezen. Of lees je liever het integrale standpunt per partij?


Het verkiezingsdebat van de stationsbuurt was een samenwerking tussen

 

 

 

 


Thema 1:
Een planmatige verdichting

Vraag:
Wanneer wordt een RUP opgemaakt voor de zuidelijke stationsbuurt, zodat er duidelijkheid is over de te behouden woonkwaliteiten, groene plekken en historische panden én over aanvaardbare verdichtingsmogelijkheden? 

Ook wij zijn vragende partij voor de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan voor de zuidelijke stationsbuurt, opdat de ruimtelijke ontwikkeling van de buurt op een doordachte en evenwichtige manier kan worden gerealiseerd.


Stationswijk – hét knooppunt van openbaar vervoer – verdichting kan en moet er mogelijk zijn – maar geen vrijbrief om “om het even wat om het even waar” te bouwen


De bezorgdheden worden absoluut ernstig genomen. Een RUP is voor ons geen doel op zich, maar een middel. Er zijn momenteel geen plannen voor een RUP, maar samen met de buurt willen we wel bekijken of specifiek een RUP hier de beste oplossing is voor de gesignaleerde uitdagingen.
Ook andere instrumenten zijn zeer nuttig. Een goed voorbeeld is de woningtypetoets.


Het klopt dat er dikwijls te weinig proactief wordt opgetreden door het stadsbestuur. Dat kan zware gevolgen hebben voor de buurt, zoals we hebben gezien bij het verdrijven van gezinnen bij het Stapelplein. Met het ontwikkelen van het befaamde S-gebouw en de Koningin Fabiolalaan zal er sowieso bijkomende druk komen op de omliggende woningen. Wij willen niet dat dit overgelaten wordt aan projectontwikkelaars, maar dat de stad dit S-gebouw-project zelf ontwikkelt als een publiek project, op maat van de buurt, in nauw overleg met de bewoners en met focus op betaalbaar wonen.

Wij willen dat in het RUP een prioriteit voor betaalbaar wonen ingeschreven wordt: betaalbare huisvestingsprojecten die de draagkracht van de wijk niet overschrijden.
In het Groen RUP 169 ‘Gent Centrum Deel 5’ wordt er wel enige aandacht besteed aan de zuidelijke stationsbuurt, maar dit volstaat uiteraard niet.


Een Ruimtelijke Uitvoeringsplan opmaken heeft voor- en nadelen. Ik denk wel dat de voordelen in onze buurt meer doorwegen. Een RUP kan in een wijk waar grote druk heerst om te verdichten, om projectontwikkelingen toe te staan, zorgen voor meer duidelijkheid en vooral maken dat de verdichting goed en verantwoord gebeurt. Uiteraard moeten we er voor zorgen dat dit RUP niet te stringent is, ook nog op kansen en opportuniteiten kan ingespeeld worden.

Het is belangrijk om in het kader van het RUP een goede visie uit te werken wat we moeten/willen beschermen, maar tegelijkertijd willen we de wijk ook niet ‘bevriezen’. In sommige stukken kunnen we nog een stuk verdichting realiseren (om meer woningen te realiseren en juist open ruimte te beschermen), elders moeten we het groen beschermen en eventueel uitbreiden. Het RUP moet m.a.w. een goed toekomstbeeld geven voor de wijk. Uiteraard moet dit in debat samen met de buurt gebeuren.

Ook even meegeven dat het RUP Groen voor onze buurt ook belangrijk is, juist om naast verdichting, de noodzakelijke groene ruimtes te bewaren.


Naar analogie met het RUP Rijsenberg moet in de volgende legislatuur ook een RUP opgemaakt
worden voor de zuidelijke stationsbuurt.


Vraag:
Staat U achter het idee om een borg te vragen voor ecologische randvoorwaarden bij nieuwbouwprojecten in Gent?

Het spreekt voor zich dat bij bouwprojecten de vergunningsvoorwaarden, ook op ecologisch vlak, strikt moeten worden nageleefd. Bij inbreuken kunnen volgens de geldende regelgeving maatregelen worden genomen, waaronder het opleggen van een boete. Het werken met een ‘borg’ lijkt ons niet aangewezen.


Stad Gent vraagt bij verkavelingen een waarborg aan de ontwikkelaar voor de opgelegde lasten bv nieuwe wegenis of groenaanleg. Dat wordt pas na een afgesproken termijn vrijgegeven.
We willen onderzoeken of het zinvol is dit eventueel uit te breiden.

Vanzelfsprekend moeten de voorwaarden vastgelegd in omgevingsvergunningen nageleefd worden.


Akkoord om een borg te vragen voor ecologische randvoorwaarden bij nieuwbouwprojecten. Dit is trouwens ook in het belang van de ontwikkelingen zelf.


Als het daadwerkelijk helpt om projectonwikkelaars zich te laten houden aan dergelijke randvoorwaarden, ziet de PVDA een dergelijke borg zeker zitten. Voor grote projecten moet deze borg voldoende groot zijn om effectief af te schrikken.


We zijn het eens met het principe om een borg te vragen, maar het instrument is verder uit te werken


In principe is een systeem van borg bij grootschalige projecten, zoals bij verkavelingen, aanvaardbaar. Dit zal evenwel technisch en juridisch goed moeten worden uitgewerkt. We kunnen
dit ook alleen maar toepassen vanaf een zekere schaalgrootte, om te vermijden dat we bijkomende bureaucratie creëren, waardoor de bouw van nieuwe woningen (waar in onze stad grote behoefte aan is) vertraging oploopt.

Bovendien moeten we toch waarschuwen dat forse borgstellingen vooraf, het aantal potentiële kandidaten voor een project kan beperken, en ervoor kan zorgen dat alleen een beperkt aantal
grote spelers nog kan meedingen. Ik ben dus van mening dat we eerder moeten werken met een systeem van boetes, zoals trouwens nu al gebeurt in de PPS-projecten van SoGent inzake het
realiseren van budgetwoningen.

Daarnaast zullen de ‘ecologische’ randvoorwaarden toch duidelijk moeten gespecificeerd worden.
Hetzelfde geldt overigens ook voor niet-ecologische erfgoedobjecten.


Vraag:
Hoe ziet u een gezonde mix van bewoners en studenten in onze buurt? Wanneer wordt er een maximale verhouding tussen het aantal studenten en buurtbewoners vastgelegd?

We zijn het helemaal eens dat er een gezond evenwicht moet zijn tussen het aantal ‘vaste bewoners’ en het aantal studenten. Maar dat evenwicht hangt van vele factoren af (ruimtelijke structuur van de wijk, studentencomplexen vs. koten in woningen, aanwezigheid van cafés of andere uitgaansgelegenheden enz.). We zijn daarom geen voorstander van een absolute ‘maximale verhouding’, maar willen dat buurt per buurt beoordelen. Specifieke samenlevingsproblemen in studentenbuurten willen we verhelpen door structurele dialoog tussen bewoners, studenten, onderwijsinstellingen, stadsdiensten en politie, gekoppeld aan een sanctionerend beleid.


Niemand mag overlast veroorzaken. Het is aan het stadsbestuur om erover te waken dat overlast aangepakt wordt en dat er wordt opgetreden wanneer dat nodig is.

De laatste jaren worden grote studentencomplexen gebouwd zodat de druk op woningen en appartementen afneemt, dat is een goede zaak. In onze wijk, dicht bij hogescholen en universiteitsgebouwen, horen studenten er eenmaal bij, dat maakt ook dat er veel jong volk is wat toch ook zijn charmes heeft. Er zijn lastige studenten maar niet alle studenten zijn lastig. Een maximale verhouding vastleggen lijkt ons moeilijk.


In de buurt zijn inderdaad een aantal grootschalige studentencomplexen gebouwd/in aanbouw. Deze complexen moeten er mee voor zorgen dat de studenten de gewone gezinswoningen
verlaten, en dit moet er mee voor zorgen dat de overlast van studenten in gezinswoningen t.a.v. aanpalende gezinswoningen en onder-/bovenliggende appartementen afneemt.
Bij de inplanting van dergelijke nieuwe complexen is de nabijheid van een onderwijscampus steeds een belangrijk criterium – de ligging van de hogeschoolcampus en de verder gelegen UGent campus is hier sterk bepalend.
Tegelijkertijd wordt er bij die grote complexen over gewaakt dat hun impact/overlast op de woonbuurten beperkt is (beperken van collectieve buitenruimtes van studenten, de gebouwen worden maximaal gericht naar de straatzijde en zo min mogelijk naar private woningen/tuinen).
Voor die grote complexen moet er ook duidelijk beheer aangetoond worden (een beheersovereenkomst tussen de eigenaar van het gebouw en de beheerder moet ook aan de vergunningsaanvraag worden toegevoegd).
Maar uiteraard moet de mix ‘gezond’ blijven.


De studenten zijn een belangrijke troef voor Gent, maar kunnen ook voor overlast zorgen. Het probleem is vooral de druk op de woonbuurten. Wij pleiten voor veel meer publieke investeringen in studentenhuisvesting, dicht bij de campussen, zodat de huurmarkt ontlast wordt. Wanneer de huisvesting van studenten meer dan vandaag in publieke handen zou zijn – door instellingen voor hoger onderwijs in samenwerking met de stad – zouden we echt werk kunnen maken van een effectieve spreiding van de koten over de verschillende buurten. Het is moeilijk om op voorhand vast te leggen wat de ratio is in een ‘gezonde mix’, maar het is essentieel dat de buurtbewoners, de studenten, en de instellingen voor hoger onderwijs inspraak krijgen in beslissingen hierrond.


Onze stad telt veel studenten, en dat is op zich positief, het geeft onze stad levendigheid, en nieuwe jonge instroom. Maar naast kansen zijn er ook uitdagingen. Zo moeten we uiteraard kijken hoe we studenten en het studentenleven goed kunnen inbedden in onze stad. Dat is niet enkel in onze buurt een opdracht.  Het is belangrijk om vooral in te zetten op gemeenschappelijke studentenhuisvestingen, en te vermijden dat studenten (gezins)woningen gaan innemen. We vragen ook dat de universiteit/hogescholen ook op eigen gronden studentenvoorzieningen laten bouwen. En het is ook logisch dat er veel studentenhuisvesting komt dichtbij campussen.  Maar we moeten er over waken dat ‘teveel studenten’ in een buurt de woonfunctie en woonkwaliteit van de wijkbewoners niet teveel onder druk zet. Het is duidelijk dat we in sommige straten dichtbij/aan de grens zitten. Wat doen we er aan/kunnen we er aan doen :

  • Studentenkamers in woningen (door opdeling er van) kan niet meer, en worden niet meer vergund. Wat wel bekeken kan worden is of hoekpanden zonder buitenruimtes die minder geschikt zijn als gezinswoning, niet voor studentenhuisvesting kunnen worden ingezet.
  • Om er voor te kunnen zorgen dat er ook geen overaanbod is in bepaalde straten van middelgrote en grote studentenhuisvesting is een RUP nodig. Dat is één van de redenen waarom ik denk dat een RUP voor zuidelijke stationsbuurt moet overwogen worden.  Zie antwoord eerste vraag.

Uiteraard moeten we als stadsbestuur hoe dan ook over waken dat bij het de bestaande studentenhuisvestingen en eventuele toekomstige de mogelijke overlast beperkt is voor de buurt, door een beperking op collectieve buitenruimtes, gebouwen maximaal richten naar straatzijde, duidelijk beheerafspraken, … . En via hogescholen, universiteit moeten we ook studenten sensibiliseren rond goed ‘samenleven’.


Het is nogal logisch dat studenten in de buurt van hun campus verblijven. Dat beperkt immers de verplaatsing. Wij zijn sowieso voorstander van het huisvesten van studenten in grootschalige
projecten mét toezicht (conciërge), eerder dan gezinswoningen of appartementen op te delen. In die zin willen we ook de vrijstelling van belasting op tweede verblijf beperken tot dergelijke
begeleide projecten, en eengezinswoningen die vroeger werden opgedeeld, terug gaan ‘ontkoten’, zodat ze terug op de markt komen voor gezinnen.

Het is onmogelijk om een cijfer of percentage te plakken op een ideale mix. Veel heeft te maken met leefbaarheid voor de buurt, en dat hangt niet altijd af van het loutere aantal studenten. Weinig
volk kan veel lawaai maken. Waar het over gaat, is goed nabuurschap en respect voor de woonomgeving.


Thema 2:
Een leefbare omgeving

Vraag:
Kunnen we op onze twee oren slapen dat het Reigersparkje er komt? Staat het gebeiteld in het RUP Groen?

Het RUP Groen zit nog maar in voorontwerpfase. Het heeft nog een lange weg af te leggen voor het definitief is. Zo moet onder meer nog een openbaar onderzoek worden georganiseerd. In die zin is nog niets gebeiteld in het RUP. Maar het Reigersparkje is wel degelijk opgenomen in het voorontwerp, en wij zijn er ook absoluut voorstander van dat het er in blijft staan. Dus: wat ons betreft, komt het Reigersparkje er.


Ja, de Vlaamse Overheid en de Stad Gent hebben een overeenkomst gesloten.

Het Citadelpark is voor onze wijk zeer belangrijk. Wij willen eindelijk werk maken van de lang aangekondigde herwaardering van dit park. We verwijderen asfalt en beton, leggen een Finse piste aan, voorzien in de uitbating van een café/restaurant, en zetten in op activiteiten. We zorgen voor een veilige doorsteek over de R40 naar de Kunstlaan voor voetgangers en fietsers (zoals tijdens de Floraliën 2016), en voor een betere verbinding met de Plantentuin en met de Koningin Astridlaan via brede, goed aangeduide zebrapaden. De historische erfgoedwaarden herstellen we in ere. We garanderen ieders veiligheid via camerabewaking en parkwachters. We toveren de Citadelsite om tot ons eigen Gentse Central Park.


We hebben rekening gehouden met de opmerkingen die er uit de buurt gekomen zijn bij de consultatieronde van de startnota van het RUP Groen. Het Reigersparkje op de Ganzendries is
wat ons betreft een erg belangrijk groengebied in de dichtbebouwde buurt van Gent Sint Pieters Station en moet daarom gevrijwaard blijven.
Daarom hebben we het perceel opgenomen in het voorontwerp van het RUP Groen (juni 2018), om het een definitief groene bestemming te geven. Het vervolg van het RUP Groen- proces ziet er als volgt uit:

  • De stadsdiensten vragen aan een aantal administratieve diensten een tweede maal advies over het plan, o.a. aan de GECORO, aan de Vlaamse en provinciale overheden en andere adviesinstanties.
  • De stadsdiensten maken het ontwerp op, dat voorlopig vastgesteld wordt door de gemeenteraad.
  • Dan volgt een openbaar onderzoek dat 60 dagen duurt. Wie dat wenst, kan dan bezwaren en opmerkingen indienen over het ontwerp-RUP.
  • De gemeentelijke commissie ruimtelijke ordening (GECORO) bekijkt alle opmerkingen en bezwaren en geeft hierop een advies aan de gemeenteraad.
  • De stadsdiensten maken het eindontwerp op, dat definitief vastgesteld wordt door de gemeenteraad.
  • Ten slotte wordt de goedkeuring van het RUP gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

We verwachten geen enkel probleem voor wat het Reigerspark betreft en als alles volgens planning verloopt, is het RUP van kracht eind 2019-begin 2020.

Wat betreft de aankoop. Het perceel wordt opgenomen in het RUP Groen net met oog op de realisatie van het Reigerspark, waaruit duidelijk de wens van de Stad blijkt tot verwerving ervan. Het is wat ons betreft absoluut de bedoeling om het terrein nu zo snel als mogelijk aan te kopen en hier in de begroting van 2019 de resterende nodige middelen voor te voorzien.


Het reigerspark staat inderdaad opgenomen in het Groen RUP 169 ‘Gent Centrum Deel 5’. Het gaat daarbij om het openstellen van het bestaande groen van bijna 0,19 hectare aan het Lucernacollege. Het staat daarom ingepland als woongroen dat nuttig kan zijn voor bewoners in een straal van 150m, niet als buurtgroen die aan de noden van de wijk kan voldoen. Wij willen dat voor 100% van de Gentenaars de groennorm gehaald wordt.


Het parkje is opgenomen in het voorontwerp RUP Groen en de aankoop zit in de pipeline.  

Antwoord van bevoegde schepen Rudy Coddens op een commissievraag van Groen gemeenteraadlsid Bram Van Braeckevelt:
“De voorbije maanden werden er onderhandelingen gevoerd over de aankoopprijs van het terrein. Nadat de besprekingen over BW2018 al waren afgerond, is er een akkoord uit de bus gekomen met de Afdeling Vastgoedtransacties van het Facilitair Bedrijf van de Vlaamse Overheid. Hiervoor zullen de nodige kredieten moeten worden voorzien bij de begrotingsbesprekingen voor 2019. De Afdeling Vastgoedbeleid van het Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid heeft zich binnen die context akkoord verklaard om de verkoopprocedure voor de overeengekomen prijs volgend jaar verder te zetten.

In afwachting van de aankoop wil de Stad alvast een tijdelijk beheer- en gebruiksovereenkomst afsluiten zodat het gebied al in gebruik kan genomen worden. Hiervoor zal de Stad Gent (FM) opnieuw contact opnemen met de afdeling Vastgoedtransacties van het Facilitair Bedrijf van de overheid. Bij akkoord van de Vlaamse overheid kan de stad deze zone in gebruik nemen en samen met het buurtcomité nadenken over en werk maken van een verdere (tijdelijke) inrichting. “

Ondertussen is het fantastisch dat de buurt er bijvoorbeeld koffietafels organiseert op zondagnamiddag.


Het Reigerparkje is inderdaad opgenomen in het RUP Groen, en zal door de Stad worden aangekocht. Er is een akkoord over de prijs, en het budget zal worden voorzien bij de volgende ronde (het akkoord is er pas gekomen na afsluiting van de budgetwijziging 2018).



Vraag:
Wanneer zal het Rijsenbergparkje worden aangelegd?

De aanleg van het park en de ontwikkeling van het project Rinkkaai worden op elkaar afgestemd. De start van de werken is voorlopig voorzien in 2019 en de werken zullen minstens 2 jaar duren. Het is niet evident om, zoals Buitensporig vraagt, het park af te werken wanneer nog aan de bebouwing wordt gewerkt. De aanwezigheid van een aangelegd park legt dan immers beperkingen op aan de bereikbaarheid van de werf.


Wat ons betreft zo snel mogelijk.

 

 


Alle parkdelen van het Rijsenbergpark zullen publiek toegankelijk zijn. Volgens de huidige timing is de afwerking voorzien tegen 2022-2023. De groennorm (bijkomend groen nodig aan 20m2 per inwoner) zal zeker gehaald worden, rekening houdend met alle geplande ontwikkelingen aan de Fabiolalaan.
De definitieve aanleg van het park kan om bouwtechnische redenen en organisatie van de werf Rinkkaai echter pas starten na het beëindigen van de ruwbouwfase van Rinkkaai. Rinkkaai zal de parkgronden gebruiken om de werf te organiseren ifv minder hinder. Er zullen ook nog gronden in gebruik zijn van Infrabel.
We stellen voor om met alle betrokken partijen te bekijken in welke mate delen van de beschikbare ruimte een tijdelijk gebruik voor/door de buurt kunnen kennen.


Volgens Sogent zal de aanleg beginnen in 2019 en minstens 2 jaar duren. Het zal sowieso afhangen van de ontwikkeling van de Rinkkaai. Het zal dus effectief langer duren om het park aan te leggen dan om de Fabiolalaan vol te bouwen.


De aanleg is voorzien voor 2022 – 2023. Aangezien de zone van het toekomstige Rijsenbergparkje tijdens de bouwfase van de nieuwe gebouwen langs de Fabiolalaan zal dienst doen als werfzone kan dit parkje niet eerder worden aangelegd.
Gelukkig is er ook het ‘moerasbosje’ langs de Fabiolalaan, en het Duifhuispark vlakbij.
De betere verbinding naar de Blaarmeersen is uiteraard ook belangrijk.


Het lijkt logisch dat het park wordt aangelegd als (ruw)bouwwerken in de zone C achter de rug zijn. Met bulldozers door een vers aangelegd park rijden om een bouwwerf te bereiken, lijkt mij niet echt handig. Hoe dan ook moet niet gewacht worden tot alles langs de hele Fabiolalaan is gebouwd. Het voorontwerp is alvast klaar.



Vraag:
Waar kan de Hoveling worden verder gezet?

In overleg met de buurt dient gezocht te worden naar een plek waar de Hoveling kan worden verdergezet. Duurzame stadslandbouw, zeker wanneer zij ontstaat vanuit een groep buurtbewoners, verdient onze steun.


Voor ons niet onmiddellijk een prioriteit.

 

 


Stedelijk tuinieren zorgt voor gezonde, lokale voeding en is zowel sociaal als ecologisch een meerwaarde. We willen het dus graag mee mogelijk maken. We stellen voor het behoud van deze activiteiten te onderzoeken in het kader van de ontwikkeling van zone B. Het participatief traject zal mee bepalen hoe het toekomstig Paolalplein en de omgeving er zullen uitzien.


De PVDA is absoluut voorstander van het optimaal gebruiken van tijdelijk leegstaande gebouwen of braakliggende terreinen voor projecten zoals de Hoveling.


De Hoveling zit nu op een plek in het kader van een “tijdelijke invulling”. We zullen samen moeten zoeken naar een nieuwe plek eens ze deze plaats moeten verlaten.


Dit moet verder bekeken worden in overleg met de initiatiefnemers.



Vraag:
Wanneer krijgen we bloembakken (bloemperken zou nog beter zijn) in de Maaltebruggestraat, de Stormvogelstraat en andere straten? Hoe zal voor echte groene corridors door de wijk gezorgd worden, zodat we klaar zijn om klimaatverandering op te vangen?

Wat ons betreft, kunnen daar onmiddellijk bloembakken of -perken komen. Wij begrijpen ook niet waarom dat zo moeilijk verloopt. Groene corridors willen we creëren door verharding weg te nemen en te vervangen door beplanting. Naast straatgroen is ook het inzetten op geveltuintjes, groenslingers, groendaken en andere groenelementen noodzakelijk. Niet enkel om de stad te verfraaien, maar ook om ze klimaatrobuuster te maken en de luchtkwaliteit te verbeteren.


Wij willen graag meer mensen aanmoedigen om gebruik te maken van de mogelijkheid een geveltuin gratis te laten aanleggen. Wij willen burgers ook aanmoedigen om zelf bloembakken enzovoort te plaatsen.

 


Wij gaan absoluut voor meer groen op straat, een blauw-groen netwerk moet het ‘dragend netwerk’ van verplaatsingen in de klimaatneutrale stad van de toekomst worden. In het
kartelprogramma gaan we radicaal voor:

  • bij elke heraanleg hanteren we een vaste onthardingsnorm – minstens 20% bij elke heraanleg is onverhard (aanleg van perken, ‘parklets’...)
  • bij de integrale heraanleg van het openbaar domein gaat minstens 50% van de ruimte naar groen, water, stappen, trappen en openbaar vervoer indien van toepassing
  • binnen elk zichtveld willen we een boom
  • uitbouw van klimaatassen

    Concreet:
  • Maaltebruggestraat: de Groendienst wil hier snel bakken, grond/teelaarde leveren. Er is, volgens de Groendienst, afgesproken dat de bewoners de aanvraag voor inname van het
    openbaar domein doen en zorgen voor de invulling en het beheer van de planten.
  • Stormvogelstraat: hier is een onthardingsdossier lopende (omgeving rotonde); in plaats van hier aanvullend met bloembakken te werken, zouden we voorstellen hier meteen
    met borders / perken te werken; ook de Groendienst is hier vragende partij voor.
    De PVDA is absoluut voorstander van het overschakelen naar de ‘Straat 2.0’, waarbij groen en leefbaarheid een centrale rol krijgen. Daarbij moet minstens elke 150 meter een boom, een autodeelplaats, een fietsenrek, een bankje, een groenslinger, een infiltratiezone, en geveltuinen voorkomen. Wij zijn ook voorstander om elke wijk een vast burgerbudget te krijgen, waarmee men zelf beslist welke initiatieven men onderneemt maar waarbij we ecologische keuzes zoals bloembakken of bloemperken aanmoedigen.

    Ontharding openbaar domein – iets wat ik vanuit mijn bevoegdheid van klimaatadaptatie van nabij opvolg en mee stuur:

  • Ontharding Voskenslaan
    In het traject voor “Ruimte voor Gent” konden Gentenaren projectvoorstellen indienen, daarvan zijn er 8 ruimtepiloten geselecteerd waaronder “Vergroening van de Voskenslaan” door de WG SPB. Doelstelling: Zowel Stad, bewoners en andere actoren vergroenen de Voskenslaan. Gestart met een brainstormwandeling in 2016.

    Op basis van de voorstellen van SPB is door de stad gekeken waar de stad effectief kon ontharden. We hebben één effectieve ontharding gedaan: Ter hoogte van vroegere Textielinstituut (nu hogeschool Gent) is een strook van de stoep omgevormd naar plantvakken. En we realiseerden een duidelijke verbetering: vaste planten en struikjes in plaats van de vroegere grasvakken ter hoogte van de tramhalte ‘textielinstituut’. De werken zijn in voorjaar 2018 uitgevoerd.

    Bewoners: 11 en 18 november komt de Gevelbrigade langs voor geveltuindagen

  • Ontharding De Smet De naeyerpark
    In het kader van klimaatadaptatie kijken we waar we in de stad nog verder kunnen ontharden. Aan het Paul De Smet De naeyerplein/park met de Congreslaan zien we een opportuniteit. Onze diensten zijn alles hiervoor in voorbereiding aan het brengen en zijn in overleg met de Vlaamse Dienst Onroerend Erfgoed. Het huidige voorstel is om toch meer dan 150 m² asfalt op te breken en te vergroenen. Aangezien hier een omgevingsvergunning voor nodig is, moet dit wel een heel traject doorlopen. En uiteraard zullen we hier eerst de bewoners en de buurt over bevragen en consulteren.

  • Vergroening

    • Geveltuinen: burgerbudget voor Geveltuinbridgade
    • Groenslingers: voor straten die minder dan 10 m breed zijn
    • In de Hofmeierstraat en de Goudenregenstraat is een integrale heraanleg voorzien i.f.v. een groener woonerf (in voorbereiding, reeds naar bevolking geweest, uitvoering in 2019).
    • Ietsje verder : in zijstraten van de Leopold II laan wordt bij de heraanleg meer groen/bomen voorzien (in uitvoering)
    • Kruispunt Koekoeklaan en Elfjulistraat thv  Zwijnaardsesteenweg – uitbreiding groen gerealiseerd in functie van veiligere fietsoversteek

     

  • Bloembakken
    Er is een ontharding aan de rotonde van de Stormvogelstraat voorzien, waar er mogelijkheid is om met meer bloembordes te werken. De uitwerking is voor 2020 voorzien, de bloembakken worden voorzien door Groendienst.


    De Maaltebruggestraat moet integraal worden heraangelegd, bij voorkeur als een erf, net trouwens als andere straten in het ‘binnengebied’ tussen de Voskenslaan, de Kortrijksesteenweg en de Sint-Denijslaan. Bomen en ander straatgroen maken deel uit van een heraanleg, net als bankjes, waterelementen en fietsstallingen.

Thema 3:
Een wijk voor mensen

Vraag:
Hoe zal de Stad de zoektocht naar een permanente ontmoetingsplek voor de zuidelijke stationsburen faciliteren? [Cabane Banane]

Als Stad willen we mee helpen zoeken naar geschikte locaties, hetzij in ons eigen patrimonium, hetzij door faciliterend op te treden in de relaties met derden (via erfpacht bijvoorbeeld). Dat kan bijvoorbeeld door te bemiddelen, door financieel garant te staan of door een investeringssubsidie toe te kennen voor verbouwings- of verfraaiingswerken. De dynamiek van een dergelijk buurtinitiatief mag niet verloren gaan.


Wij staan open voor voorstellen uit de buurt die in samenspraak met het stadsbestuur kunnen onderzocht worden.

 

 


Algemeen:
In het kader van het Project Gent Sint Pieters is een sociaal-ruimtelijke studie gestart in de buurten rond het station, een rechtstreeks gevolg van de themawandelingen die de stad organiseerde in februari 2018 (http://www.projectgentsintpieters.be/info-en-inspraak/inspraak/project-gent-sint-pieters-op-het-juiste-spoor-2018inspraak/inspraak/project-gent-sint-pieters-op-het-juiste-spoor-2018). Die studie zal door UGent uitgevoerd worden en heeft als doel om in kaart te brengen hoe de huidige bewoners de buurten gebruiken en beleven, welke voorzieningen bestaan en nodig zijn (zowel voor de huidige bewoners als toekomstige). Daarnaast zal de studie ook hefbomen zoeken om de nieuwe buurten te verbinden met de bestaande buurten. Met die resultaten willen we dan zeker aan de slag gaan.

Permanente ontmoetingsplek:
We weten dat er nood is ontmoetingsplekken. We vinden het belangrijk om sociale cohesie te versterken en zoeken dus mee naar oplossingen. De Pastorie is zeker een waardevolle suggestie
als optie, maar is geen eigendom van de stad. De vraag moet zeker verder bekeken worden in het kader van de resultaten van de studie.


Het is de taak van het stadsbestuur om verschillende partijen bijeen te brengen om tot een optimale oplossing te komen voor de bewoners. Het S-gebouw biedt een mogelijke oplossing voor een permanente ontmoetingsplek, maar is niet de enige optie.


De Pastorie is geen eigendom van de stad, maar van de kerkfabriek. Op zich hoor ik ook dat het parochiezaaltje er naast ook meer benut zou kunnen worden, maar uiteraard is dat ook iets wat de stad niet kan beslissen, maar enkel in overleg kan. Er loopt een studie van UGent die de publieke noden in de buurt in kaart brengt (Ann Manhaeve). In Zone B aan de Fabiolalaan wordt er wel een polyvalente gemeenschapsruimte voorzien door de stad.

Het Open Huis Het Hoeveke zou als open ontmoetingsplek gebruikt kunnen worden, en door de buurt als een ontmoetingsplek gebruikt kunnen worden (is wel niet in de zuidelijke stationsbuurt, maar in de noordelijke stationsbuurt).


Als schepen bevoegd voor erediensten wil ik graag bemiddelen met de vzw Parochiale Werken rond de pastorie. Dit zou inderdaad een goede locatie zijn voor de buurt. Er moet ook meer samengewerkt worden met de vele scholen, die tijdens weekends, avonden en vakantieperiodes zeker een gebruik voor de buurt mogelijk moeten maken. Hiervoor moeten uiteraard goede afspraken worden gemaakt, naar beheer, opkuis en verbruik.



Vraag:
Komt er een overdekte markt onder het S-gebouw?

Dit lijkt ons een leuk, prikkelend idee. De gelijkvloerse verdieping van het S-gebouw zou worden bestemd voor ‘commerciële en/of publieksgerichte functies’, dus daar zou een markt zeker in kunnen passen. Wellicht is het wel zinvol eerst na te gaan of de vraag groot genoeg is om een dagelijkse, permanente markt in te richten. Het is jammer dat men niet voor de ontwikkeling van het S-gebouw een daadwerkelijk gesprek is aangegaan met de buurt.


Voor ons is dit geen prioriteit. Er bestaat al een boerenmarkt op het Maria Hendrikaplein.
Wij zijn voorstander om op dat plein alle fietsen weg te halen. Zo wordt het daar een gezellige en ruime plek voor dit soort initiatieven.


In dialoogcafés is deze vraag van sommige buurtbewoners tot uiting gekomen. Dit is gesignaleerd en doorgegeven aan sogent.

Een jury buigt zich dit najaar over drie concrete voorstellen van invulling van het S-gebouw, waar bij het programma van eisen o.a. nadrukkelijk gesteld was dat de helft van het project budgethuurappartementen moesten worden, om tegemoet te komen aan de specifieke nood van betaalbare woningen in de buurt. De jury zal later dit najaar haar onafhankelijk oordeel dan voorleggen aan de Raad van Bestuur van sogent, die de beslissing zal bekrachtigen.

Na de keuze van de partner om het S-gebouw te realiseren zal er volgend jaar nog ruimte zijn om in dialoog te gaan met die private partner over de concrete invulling van de sokkel. We zien
hier een rol weggelegd voor de buurt om mee aan de kar trekken en er te wijzen op reële noden in de buurt en hoe men daar binnen een levensvatbaar businessmodel aan tegemoet kan komen.


De PVDA beschikt niet over meer informatie dan die publiek beschikbaar is. Een overdekte markt gericht op duurzaam en korte keten voedsel is alvast een interessante optie. Ook een buurtzaal zou een interessante optie zijn om op de benedenverdieping van het S-gebouw in te richten.

Sogent spreekt over het inrichten van commerciële ruimtes op de benedenverdiepingen. Ook op bewonersvergaderingen bleek dat de winkels en het ‘hippe werkcentrum’ dat het S-gebouw moet worden sterk in contrast staat met de noden van de buurt. Toch bleef het stadsbestuur vasthouden aan haar plannen. Als het huidige stadsontwikkelingsbeleid verder wordt gezet, is het te vrezen dat er naast De Fietsambassade vooral de hoogste bieder zal gevestigd worden. Dat betekent vooral winkels waar de buurtbewoners zelf weinig aan zullen hebben.


Via een open aanbesteding gaat Sogent op zoek naar een private ontwikkelaar voor dit gebouw. Er werd een dwingend programma van eisen opgesteld (o.a. moeten er huurwoningen worden voorzien), en drie kandidaten hebben hierop ingetekend. De jury zal zich uitspreken over de beste kandidaat, die dit najaar nog bekendgemaakt zal worden.

Een overdekte markthal is niet opgenomen in het programma van eisen. Na de definitieve selectie van een projectontwikkelaar is er wel ruimte om hierover te onderhandelen met de private ontwikkelaar.


Momenteel is er een wekelijkse bio-markt op het Maria-Hendrikaplein. Nieuwe markten inrichten klinkt eenvoudiger dan het is. Marktkramers zijn immers steeds moeilijker te vinden, en zij staan ook op wekelijkse markten buiten Gent.

Het is zeker een goed idee om te onderzoeken of er interesse is voor een meer uitgebreide markt, ook op een weekdag, maar een dagelijkse markt zal niet zo eenvoudig zijn.



Vraag:
Welke maatschappelijke voorzieningen mogen we allemaal verwachten langs de Fabiolalaan? Hoe zullen deze mee kunnen evolueren met de veranderende maatschappelijke noden?

Er zijn inderdaad een school, een crèche en verenigingslokalen opgenomen in de plannen. Een dienstencentrum en een bibliotheekfiliaal lijken ons ook nuttige voorzieningen. Daarnaast dient er uiteraard ook plaats te zijn voor handelszaken. We zijn het eens met het principe dat het belangrijk is om mee te kunnen evolueren met de noden. Zo kan het best zijn dat, naarmate de bevolking uit de buurt ouder wordt, er minder nood is aan een crèche, maar precies aan meer plaatsen op school. Vandaar dat de ruimtes zo multifunctioneel moeten worden gebouwd. In ieder geval moet de school ook een ‘brede school’-invulling krijgen, waarbij ook buurtverenigingen en –activiteiten er een plaats krijgen.


Wij zijn voorstander van een flexibel gebouw van de stad dat modulair inzetbaar is naargelang de noden.

 


In zone A zijn winkels in ontwikkeling.
In zone B zal veel ruimte zijn om op maatschappelijke noden in te spelen. Hier komt sowieso een stadsgebouw, met een school, crèche, polyvalente ruimte. Hier is ook nog ruimte voor nieuwe inzichten en kunnen we inspelen op bijkomende noden.
Voor Zone C is de omgevingsvergunning nu ingediend. Er komt half oktober een openbaar onderzoek, en er zal nog een infosessie komen voor de buurt. Hier zijn nu o.a. een crèche
gepland en een ‘gezondheidshuis’ (met oa een apotheek, gekoppeld aan assistentiewoningen).
Er is ook ruimte voorzien voor een ‘buurthuis’ (modaliteiten nog te bepalen).


De PVDA beschikt niet over meer informatie dan die publiek beschikbaar is. Onze visie op het ontwikkelen van wijken is er alvast op gericht dat dit blijvende inspanningen vereist en dat er zeer veel inspraak moet zijn van de buurtbewoners. Onze visie op de wijk is die van de integrale wijk, waar alle dagelijkse voorzieningen en noden gemakkelijk bereikbaar en toegankelijk zijn voor de buurtbewoners.


In Zone B komt er een school, crèche, polyvalente ruimte. In Zone C komt Rijsenbergparkje.


De voorzieningen die voorzien zijn in het project, zijn gekend en staan trouwens vermeld in de vraag. Wat de evolutie met de maatschappelijke noden betreft, zie ik niet meteen minder behoefte ontstaan aan scholen, crèches of lokalen voor verenigingen. De invulling en het gebruik kunnen uiteraard evolueren, maar de basisnood zal er ook binnen 20 jaar nog steeds zijn.


Vraag:
Hoe zal onze wijk beter afgestemd worden op voetgangers en op anders mobiele mensen? Hoe zal de voetgangers- en fietsverbinding tussen de noordelijke en zuidelijke stationsbuurten verbeterd worden? Wanneer zullen de mensen uit de Schoonmeersstraat en omgeving naar het natuurpark Overmeers kunnen wandelen?

Uitermate belangrijk is natuurlijk de kwaliteit van de voetgangers- en fietsinfrastructuur. Er dienen comfortabele, vrijliggende voet- en fietspaden te worden aangelegd. Bestaande trage wegen moeten zo veel mogelijk worden opengesteld, en waar mogelijk dienen bijkomende voet- en fietsverbindingen te worden gerealiseerd. Een bijkomende verbinding voor voetgangers en fietsers onder de sporen, zoals nu ook aan de Dampoort wordt gerealiseerd, is zeker het overwegen waard.


Een degelijk onderhoud van het openbaar domein (voetpaden, fietspaden, wegen, pleinen, parken, openbaar groen, bruggen, …) is voor ons een topprioriteit.
In onze stad is de nood aan heraanleg van straten en pleinen hoog. We kiezen daarom voor een stevige verhoging van het budget en stellen een omvattend 'investeringsplan openbaar domein' op met aandacht voor álle wijken en deelgemeenten.


Uiteraard zijn we het eens dat er blijvend aandacht moet zijn voor goede verbindingen tussen de voor-en achterkant van het station. Dit is ook voorzien binnen het GSP-project (zie
toekomstplannen met brede ondergrondse ruimte).
Het afschaffen van de trage weg tussen het Mathildeplein en de Reigerstraat is op dit moment niet aan de orde.
Dat het poortje ’s avonds gesloten wordt tussen de Schoonmeersstraat en Overmeers, is een beslissing van de Hogeschool. Het gesprek met de Hogeschool hierover willen we verder zetten
om te bekijken wat de mogelijkheden zijn. Hiervoor is echter ook goodwill van de school nodig.


Een beginpunt in het verzekeren van toegankelijkheid is het zoveel mogelijk vermijden van hindernissen. Het is belangrijk om te controleren of de wettelijke bepalingen daarbij altijd gerespecteerd worden. Ook in de stationsbuurt zijn er veel straten, stoepen en oversteekplaatsen die daar een aangepaste inrichting moeten krijgen om optimaal de toegankelijkheid te voorzien. Tenslotte moet er ook bij  werkzaamheden gegarandeerd worden dat er een goede doorgang blijft op stoepen en bij oversteekplaatsen.

De PVDA pleit voor een netwerk van veilige voetgangersroutes doorheen de stad. Het spreekt voor zich dat er de vernieuwing van het stationsgebouw aandacht moet besteed worden aan doorsteken onder het spoor voor voetgangers en fietsers. Maar ook verder langs de sporen, onder andere aan de kruispunten aan de Burggravenlaan, is er dikwijls nog veel werk aan de winkel om de doorgangen veilig te maken voor zwakkere weggebruikers.


Beslissing wandelpad ligt bij Hogeschool Gent. Het idee is meermaals geopperd, en er zijn enkele gesprekken geweest. De Jeugddienst en Groendienst Stad Gent zijn bereid om hieromtrent samen te werken, maar finale beslissing ligt bij Hogeschool Gent. Tom Beyaert van Groendienst volgt dossier op.

Het aanleggen van een doorsteek voor fietsers tussen de Schoonmeersstraat en de R4 is in onderzoek / ontwerp. Dit kan de verbinding veiliger maken met het natuurpark Overmeers (ook voor voetgangers). Is alvast als niet toegankelijke trage wegverbinding aangestipt op https://ookmijn.stad.gent/tragewegenkaart/trage-weg-nr-6569

Ruime stationshal, ligt natuurlijk bij Stationsproject Gent-Sint-Pieters


De beperkte doorgang voor voetgangers en fietsers onder de sporen is een oud zeer, en door de werken is het al helemaal niet evident. Hoe sneller het station wordt afgewerkt, hoe beter. Het Stadsbestuur heeft hier trouwens deze week nogmaal op aangedrongen bij de NMBS. Het drukste reizigersstation van Vlaanderen verdient veel beter dan wat er momenteel door de NMBS geïnvesteerd wordt. 

Voor de doorgang over de terreinen van de Hogeschool zal gesproken moeten worden met de Hogeschool. Dit moet op korte termijn praktisch oplosbaar zijn. 

Algemeen moeten nieuwe straten worden aangelegd in functie van in de eerste plaats de voetganger. De binnenstraten aanleggen als erf, geven in elk geval veel meer ruimte én voorrang.


Thema 4:
Project Gent-Sint-Pieters aanpassen aan de 21ste eeuw


Vraag:
Hoe zal u deze werf [Sint-Pietersstation] terug op het juiste spoor krijgen?

Dat is in de eerste plaats een zaak van de NMBS, natuurlijk. Als stedelijke overheid hebben we daar weinig of niets in de pap te brokken. Uiteraard blijven we via onze Gentse volksvertegenwoordigers aandringen op een versnelling van de werken.


Er moet met man en macht gewerkt worden om het station en het aangrenzend openbaar domein af te krijgen!
Alle betrokkenen Stad, Vlaams Gewest, NMBS.. moeten samen rond tafel gaan zitten en elk hun verantwoordelijkheid nemen.


Wij zijn hier ook heel erg vragende partij voor, maar het is duidelijk dat de Stad Gent dit niet ‘controleert’ en dat wij tot onze spijt en frustratie ook geen controle hebben over de timing. We blijven vragende partij om hier alle krachten te bundelen, in bondgenootschap met de NMBS en de andere overheden.


Het project voor de heraanleg van het Sint-Pietersstation en de omliggende omgeving is al vanaf dag 1 een schoolvoorbeeld van een megalomaan project dat niet gericht zijn op efficiëntie, dienstverlening of de buurt, maar op het verwerven van prestige. Het stationsgebouw zelf is veel te monumentaal ingepland, waardoor het geld veel eerder op was en we al jaren achterlopen op schema. De besparingen opgelegd door de federale regering helpen daar natuurlijk niet bij.

Recent nog was er het nieuws dat er door deze hoge kosten de bouw van geen geld meer zou overblijven voor deftige overkappingen op de perrons. Voor ons is het onaanvaardbaar dat de reizigers slachtoffer worden van deze ontwikkelingen.

Wij eisen dat er federaal voldoende middelen worden vrijgemaakt om het stationsgebouw af te werken. Wij willen dat er bij het afwerken van de werf vooral aandacht is voor het dagelijkse gebruikerscomfort, niet voor grootsheid. Daarbij moet weliswaar bewaakt worden dat de tweede helft van het gebouw past in wat al gebouwd is, en uiteraard in de buurt.


Of hoe de werf op het juiste spoor krijgen ? Onze burgemeester heeft hier al meerdere malen over tussengekomen. Op de laatste nieuwjaarsreceptie in aanwezigheid van mevr. Dutortoir, heeft hij nog maals aangedrongen op een snelle en goede afwerking van het station.

En recenter, naar aanleiding van het nieuws van het nieuwe concept voor de afwerking, wat maakt dat reizigers bij wind etc niet eens zeker zijn om in het droge te staan, heeft onze burgemeester namens het college een brief geschreven naar de bevoegde federale minister van Mobiliteit François Bellot.


Zoals gezegd heeft het Stadsbestuur recent nog bij de NMBS geprotesteerd tegen de besparingen op en de vertraging van de verbouwing van het Sint-Pietersstation. Gent verdient
beter dan wat er nu is. Ik heb zelf ook aangedrongen bij mijn partijgenoten in de Federale Regering om de kaart van Gent te trekken.

Antwerpen heeft een prachtig en volledig gerestaureerd station, en Luik en Bergen hebben peperdure stations. Ook Gent, de tweede stad van het lan, heeft recht op een modern station in een historisch kader.



Vraag:
Wat zal u ondernemen om het Project Gent-Sint-Pieters op mensenmaat te krijgen?

Het klopt dat de pleinen- en weginfrastructuur rond het Sint-Pietersstation een zootje zijn. Met name het Maria Hendrikaplein is bijzonder onoverzichtelijk en voor voetgangers en fietsers ronduit gevaarlijk. We willen het plein en de omgeving van het Sint-Pietersstation (her)inrichten als een overzichtelijke en toegankelijke ‘mobiliteitshub’ waar mensen vlot kunnen overschakelen tussen vervoermiddelen, in overleg met de NMBS. Niet enkel de gebruikers, maar ook de bewoners van het gebied moeten daarvan kunnen profiteren.


Dit is een stationswijk, een grote toegangspoort tot de stad Gent en een knooppunt van openbaar vervoer. Dat brengt veel verkeer mee (auto’s, fietsen, voetgangers, trams…).
Wij willen meer mensen op het openbaar vervoer en op de fiets. Daarvoor zijn veilige fietsroutes nodig van aan het station naar de scholen en werkplekken. Voldoende breed voor de vele fietsers. Ook voor voetgangers zijn brede en comfortabele voetpaden nodig.


Er wordt effectief volop gekeken naar waar fietsroutes best liggen en waar nodig zijn er bijsturingen. Dit is een work in progress, en dat is goed zo. De Boentweg echter is uitsluitend
bedoeld als een ontsluitingsweg die alleen gebruikt mag worden in geval van calamiteiten.


De ontwikkeling langs de Koningin Fabiolalaan is even problematisch, en de Queen Towers van Optima zijn daar natuurlijk de olifant in de kamer. Volledig tegenstrijdig aan het RUP, maar dankzij politieke connecties was het toch goedgekeurd. Dankzij Buitensporig werden de plannen op het laatste moment toch nog tegen gehouden.

Om het project Gent-Sint-Pieters op mensenmaat te ontwikkelen, moet er eerst en vooral sterk in dialoog gegaan worden met de buurt. De infrastructuur moet er één zijn voor de toekomst: vooral gericht op connectie tussen openbaar vervoer, voetgangers en fietsers. Er moet meer aandacht komen voor de buurtbewoners wat betreft de doorstroming en de toegangswegen tot het station. Wij zijn voorstander om zoveel mogelijk publieke groene ruimte te bewaren. Wij eisen ook dat de woningen die gebouwd worden in de eerste plaats betaalbaar zijn en goed ingepast worden in de bestaande omgeving.


Als stad beoordelen we de verkavelingsvergunningen, de adviezen bij de bouwvergunningen,… niet enkel vanuit de voorwaarden die het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan opleggen/toelaten, maar ook vanuit de zogenaamde synthesedocumenten – die er globaal voor pleiten om absoluut niet voor de maximum invulling van de toegelaten bruto vloer oppervlakte te kiezen. Denk maar aan alle juridische stappen die de stad gezet heeft ten aanzien van het Diamantgebouw. Jammer genoeg stellen we vast dat de Bestendige Deputatie, niet enkel in dit dossier, projecten anders beoordeelt en de aanvrager alsnog gelijk geeft in beroep.

GSP - Koningin Mathildeplein: stedelijke pleinaanleg als voorplein van station. Ten vroegste in 2022 realisatie. De bezorgdheid voor- en achterkant bereikbaarheid voor voetgangers is en wordt meegenomen bij de uitwerking van het project.

De fietsroutes liggen nog niet vast, is work in progress

De Boentweg zal een soort van technische weg worden voor de NMBS, het is geen publiek toegankelijke ruimte


Indien de volledige verbouwing van het station inderdaad nog een kleine tien jaar in beslag neemt, zal de heraanleg van het Maria-Hendrikplein eerst moeten genomen worden. De situatie is naar nu onoverzichtelijk, verwarrend en ronduit gevaarlijk.

De fietsroute langs de sporen is voorzien in de nieuwe inrichtingsstudie van 2018. Ze leidt van de nieuwe Leiebrug naar de fietsenstalling onder het station.

De kant van het Mathildeplein is natuurlijk de werftoegang, maar ook daar kunnen enkele maatregelen worden genomen om de veiligheid te verhogen in afwachting van een definitieve aanleg.



Vraag:
Hoe zal u zorgen dat de buurt echt betrokken wordt bij de verdere ontwikkeling van het Project Gent-Sint-Pieters?

Ik denk niet dat er nood is aan een bijkomend orgaan, wat Buitensporig voorstelt door te vragen om een ‘burgerkabinet voor Gent-Sint-Pieters’. Er bestaat een klankbordgroep. Het fundamentele probleem is de gebrekkige invulling van de ‘inspraak’ daar. Zoals we vaak vaststellen in Gent, gaat het hoofdzakelijk om éénrichtingsverkeer waarbij beslissingen aan de betrokkenen worden uiteengezet, zonder dat er ruimte is om daar nog wat aan te wijzigen. Inspraak en participatie zijn één van de speerpunten in ons programma. Wij willen beleid maken samen met de Gentenaars. Dus, wat Gent-Sint-Pieters betreft: we willen een nieuwe bestuurscultuur introduceren, zonder de structuur al te veel te verzwaren.


Via enquêtes, huisbezoeken… in de buurt, zodat echt iedereen (ook de minder mondige burgers) worden betrokken.

 


We willen in echte dialoog, en met open geest en respect voor elkaar het gesprek met de buurt voeren. Voor de ontwikkeling van Zone B willen we de buurt van bij het begin betrekken. We erkennen: in het verleden zijn er hier soms kansen laten liggen.


‘Geen nieuwe projecten zonder echte inspraak’ is de slogan van het hoofdstuk in ons programma over meer democratie in de stad. Wij willen volledige transparantie over grote standsontwikkelingsprojecten, we willen burgers een vragenuurtje geven in de gemeenteraad en de drempel voor burgerinitiatieven verlagen, we willen volksraadplegingen bindend maken. We pleiten er bovendien voor om het bestuursakkoord te laten schrijven door de Gentenaars zelf. We willen een verplicht inspraaktraject bij elk plan of project, zodat echte inspraak gegarandeerd wordt.

De ‘inspraak’ die verleend werd bij het Project Gent-Sint-Pieters was vooral windowdressing. Voor het S-gebouw werd een inspraakmoment gehouden waarbij bewoners in kleine groepen hun ‘ideale gebouw’ uit de doeken konden doen, maar van de discussie werd uiteindelijk niet veel meegenomen. Ook hier bleken de verwachtingen van de projectontwikkelaars weer voor te gaan op de behoeften van de buurt. Wij willen dat er echte inspraak komt, vanaf de conceptfase tot na de uitvoeringsfase.


Een bijzondere moeilijkheid van het ganse project GSP is dat hier verschillende partners en overheden bij betrokken zijn (op zich logisch dat hier veel partners in betrokken zijn, gezien de complexiteit en de verschillende onderdelen). De inspraak/betrokkenheid van de buurbewoners kan dus niet enkel door de stad geregeld worden. Ook is het zo dat een aantal onderdelen van het project – o.a. de uitbouw van het openbaar vervoer – natuurlijk de buurt overschrijdt en dus ook ruimere inspraak van onder meer pendelaars, openbaar vervoersgebruikers van buiten de buurt,.. vergen.

Recent werd er opnieuw een evaluatie uitgevoerd van de klankbordgroep en de werking er van. Ook gaven de themawandelingen input. De Studie UGent is een gevolg van de themawandeling en de input van de klankbordgroep. Er zullen ook verschillende trajecten bv ivm windhinder,…. opgestart worden.


De buurt wordt al jaren betrokken via diverse kanalen. We moeten er wel rekening mee houden dat een dergelijk project de particuliere belangen van één buurt overschrijdt. Een reizigersstation met 60.000 reizigers per dag is van internationaal niveau, en een van de belangrijkste toegangspoorten tot de stad.



Vraag:
Wat zal u ondernemen om het Project Gent-Sint-Pieters binnen de bouwvoorschriften te houden?

Het lijkt me maar logisch dat de bouwvoorschriften worden gerespecteerd. Als dat niet zo zou zijn, moet controlerend en bestraffend worden opgetreden.


Bij het toekennen van bouwvergunningen moeten uiteraard de geldende regels worden gevolgd en moeten er goede afspraken gemaakt worden met de projectontwikkelaars.


Er is lang onduidelijkheid geweest over de BVO; het was absoluut nodig dat hier een eenduidige definitie over kwam.
De bouwhoogte in zone C is verlaagd van 90 meter naar 64 meter, véél lager dan wat het GRUP toelaat. Dit is in overeenstemming met wat in het bestuursakkoord staat, namelijk dat we zouden
streven naar torens die niet hoger zijn dan de minimale hoogtes zoals voorzien in het GRUP. Het GRUP, het bindend legaal kader, laat hier immers hoogtes toe tussen de 60 en 90 meter. Er is geland helemaal onderaan die vork. Wat voorligt, vinden wij evenwichtig, rekening houdende met de historiek van beslissingen, de juridische en ruimtelijk planologische randvoorwaarden,
en de (soms tegenstrijdige) vragen van alle betrokkenen: de buurt, de Stad Gent, sogent, de ontwikkelaar, stakeholders zoals de NMBS-Infrabel...


Voor ons is het ontoelaatbaar dat de stad mee stapt in de goedkope trucjes van projectontwikkelaars om de regelgeving te omzeilen en zo hun winsten te maximaliseren. Als er voorschriften zijn, zoals het Bruto Vloer Oppervlakte, dan moeten die worden nageleefd. De stad moet het hierbij niet laten bij symbolische protesten, maar afdwingen dat de procedures gevolgd worden.

Zelfs wanneer het schepencollege plots een vuist maakt, blijkt dat dit niet lang blijft duren. Bij de zogenaamde ‘Diamond’ ging het stadsbestuur in 2013 uiteindelijk overstag na aanhoudend protest van de buurt op de inbreuken op de bouwvoorschriften. De bestendige deputatie van de provincie – waar sommige leden zeer duidelijke banden hadden met bepaalde projectontwikkelaars – ging hier tegenin, en forceerde uiteindelijk een nieuwe bouwvergunning nadat de originele toch vernietigd werd. Terwijl er nog een beroepsprocedure hier tegen liep, begon men al met de bouw.

Het stadsbestuur had zelf beroep moeten aantekenen, samen met de buurtbewoners, en zeer streng moeten optreden tegen de vlucht vooruit door nv Global Life Tree. Wij vinden het onaanvaardbaar dat ze de buurtbewoners hierbij in de steek hebben gelaten. Bovendien zitten dezelfde partijen in de provinciale deputatie. Als dit echt een prioriteit was geweest, hadden ze binnen hun partij veel meer druk moeten zetten.


Het feit dat het BVO niet duidelijk werd omschreven en verschillend werd geïnterpreteerd was duidelijk een zwakker punt. Sinds augustus 2014 is het BVO wel verduidelijkt.  

Bij het standpunt van de stad ten aanzien van verkavelings- en bouwvergunningen zijn de bouwvoorschriften uit GRUP en synthesedocumenten bepalend. Zie ook houding van de stad ten aanzien van bijvoorbeeld het Diamantgebouw.

Hoogte (hoogste)gebouw Rinkkaai  : volgens het GRUP tussen 60 en 90 m. In huidige bestuursakkoord stond dat we streven naar de minimale hoogte, en uiteindelijk zullen we rond de 64 eindigen.


Een stationsomgeving is ook dé uitgelezen plaats om werken, wonen en ontspannen te voorzien op een niet-autogerichte locatie. Zoals algemeen geweten, groeit Gent als kool. Er zijn de komende jaren duizenden nieuwe woningen nodig, en dan hebben we het nog niet over het wegwerken van de wachtlijsten in de sociale huisvesting.

We zullen dus moeten bouwen, en niet door nieuwe open ruimte aan te snijden. Het programma is al beperkter dan het GRUP toelaat, en het nog verder inperken zou een gemiste kans zijn om duurzaam te bouwen voor de toekomst. Stationsomgevingen vragen trouwens om stedelijke architectuur, weliswaar in een gemengd gebruik voor wonen en werken, en dus geen monofunctioneel verhaal zoals Brussel-Noord.

In de ontwerpen het inrichtingsplan is trouwens rekening gehouden met bezonning en schaduw voor de buurt. Wat de inrichtingsplannen betreft, moeten we die trouwens ook kunnen bijsturen in
functie van de evoluties in de samenleving, en gewijzigde inzichten. Plannen en ideeën van tien jaar geleden zijn niet noodzakelijk de beste oplossing binnen tien jaar. Hoger en compacter wonen
daar waar het kan, zoals bijvoorbeeld in de stationsomgevingen en rond knooppunten van openbaar vervoer, met goede fietsontsluiting, is absoluut noodzakelijk om de wooncrisis in Gent op te lossen.



 

Het verkiezingsdebat van de stationsbuurt is een samenwerking tussen

 

 


Pin It